Lijstjes

alle100foutLijstjes laten je zien wie er de beste zijn. Lijstjes is zien en gezien worden. Lijstjes zijn overal. Lijstjes zijn leuk. Behalve wanneer ze ingezet worden als gelddrukmachines. De Emerce is een leuk vakblad dat ik graag lees. Jaarlijks produceren ze ook een Top100 lijstje. Een kwantitatief imago-onderzoek. Er worden meer dan 60.000 mensen uitgenodigd om 560 bedrijven over 44 categorieën te beoordelen op vier criteria door middel van een zevenpuntsschaal. Er blijven er slechts een dikke duizend over die meedoen. De onderzoeksverantwoording laat zo te zien echter niets te wensen over. Er wordt gerankt, gewogen, opgeteld en weer gedeeld. Net zolang totdat we sterren zien. Sterren die aangeven in al die categorieën hoe de bureaus er voor staan. En dan begint de ellende. Zo krijgt circa 90% van de bedrijven vier en halve ster of meer. De overige 10% heeft vier sterren. Bedrijven met minder dan vier sterren bestaan niet. Of ze moeten die in hun ramen hebben. Zo heeft iedereen wel een reden om een advertorial te kopen bij Emerce. Behalve een bedrijf als Kobalt dat postuum wordt onderscheiden met vier en halve ster. De categorie mediabureaus is sowieso hilarisch. Maar liefst twintig bureaus krijgen vier en halve ster. Als dit jaar twee reuzenpanda’s een mediabureau beginnen, staan ze er volgend jaar ook in. Dubieus zijn de bureaus die je vervolgens overstelpen met berichten en advertenties die zeggen dat ze de trotse nummer 1 zijn. En verzwijgen dat een eerste plek gedeeld wordt met 6, 8, 9, 13 of 20 andere collega’s. Over transparantie en integriteit gesproken. Emerce uitgever Gijs Vroom modereert zich inmiddels de sterren voor zijn ogen om online alle kritiek te weerstaan. Het dieper liggende probleem is natuurlijk dat er teveel vakbladen in ons land zijn die snakken naar het verdunde advertentiegeld. En dan gaan ze gekke dingetjes doen, zoals dit soort slappe lijstjes maken. Veel vakbladen gaan met plastic en al de prullenbak in. Hun nieuwsbrief overleeft het spamfilter niet. Als we een goede vakpers willen is consolidatie nodig. Gooi de boel op een hoop en zorg voor kwalitatieve vakbladjournalistiek. Wie is de John de Mol in vakbladland die dat kan?

Column Adformatie 27 april 2017

John

suntzuJohn de Mol domineert momenteel de financiële en marketing vakpers. Neerlands meest succesvolle media-ondernemer allertijden strijdt tegen de Belgen van het Mediahuis om de Telegraaf Media Groep (TMG). Wie naar De Mol’s imperium kijkt, ziet een zakenman met grofweg twee petten op als het over media gaat. Aan de ene kant de John de Mol die als bedenker van TV Formats tot de beste van de wereld behoort. Als je twee Emmy’s op je nachtkastje hebt staan, mag je gerust zeggen dat je wereldkampioen televisiemaken bent. Aan de andere kant zie je de man die al meerdere pogingen heeft gedaan een mediabedrijf neer te zetten in Nederland dat een groot publiek trekt. Eerst was het de moedige poging om Sport7 eind vorige eeuw neer te zetten. Daar was hij te vroeg mee. Het publiek wilde niet de kosten van een zak patat betalen voor hun voetbal. Later volgde met Talpa de lancering van televisiezender Tien. Maar ook daar bleek de tijd niet rijp voor. Het in de ogen van het publiek met grof geld en geweld gekochte sterrennet, werd niet beloond met hoge kijkcijfers. John de Mol heeft echter het werkwoord opgeven uit zijn woordenboek gescheurd. Hij zal niet rusten voordat hij een zegevierend Nederlands mediabedrijf heeft neergezet. Een persoonlijke blijvende voetdruk van hem in de mediageschiedenis die hem de erkenning verschaft die hij verdient. Dus blijft De Mol aandelen kopen in TMG. Het is alsof hij een lekker potje aan het Risken is. Hij blijft steeds extra legers plaatsen in het TMG continent. Inmiddels is de strijd in het nadeel van De Mol geëindigd bij de Ondernemingskamer. Een goede leestip voor John de Mol is het boek Art of War van de roemruchte Chinese generaal Sun Tzu. Hij beschrijft dat de ultieme manier van een oorlog winnen gaat zonder wapengekletter. Als je een land wilt veroveren, neem je eerst de bevolking voor je in. Bij TMG zouden dat de familie Puijenbroek en de redactieraad zijn. Sun Tsu zegt ook dat het geen goed idee is een land of regimenten te vernietigen. Dus zal een elegante uitweg volgen. De Mol’s aandelen in ruil voor de radiozenders en een mooie productiedeal. En dan wachten we op John’s vierde poging.

Column Adformatie 1 april 2017

 

Albert

albertEr is weer een nieuw ingenieus geautomatiseerd media buying systeem opgestaan. Eentje die wordt gedreven door kunstmatige intelligentie. Zijn naam: Albert. Vast niet vernoemd naar Albert Verlinde, die redt het prima met zijn eigen menselijke intellect. Albert is een systeem dat volgens oprichter Or Shani zijn algoritmen flink heeft opgevoerd. Wat het precies is legt Or Shani niet helemaal uit. Wel dat bovenop machine learning en voorspellende algoritmes in Albert ook elementen als spraakherkenning en custom-build algoritmes zijn ingebracht. Algoritmes zijn rare dingen. Zo worden in de hedendaagse programmatic biedsystemen dezelfde algoritmes gebruikt als die het Amerikaanse leger gebruikt in zijn drones in oorlogsgebied. In media worden gedragspatronen gevolgd en herkend en wordt er besloten te bieden of niet. Dezelfde algoritmes in de drones zorgen voor herkenning van looppatronen van mogelijke terroristenmannetjes in de woestijn. En besluiten dan om te schieten of niet. Albert is ook op eliminatie uit. Want Or Shani legt uit dat Albert zorgt voor opruiming van digitale mediabuyers en –planners. En dat is ook goed. Want de hoeveelheid aan beschikbare contacten en keuzen die daar te maken zijn in de digitale wereld zijn ook niet meer door mensen te overzien. En al helemaal niet door marketeers die door Or Shani veelvuldig worden aangehaald. Het is goed dat marketingbedrijven digitale specialisten in huis halen. Maar hun kerncompetentie blijft toch bankieren, bier brouwen of worsten maken. Dus kunnen mediabureaus  hen helpen als een extended workforce om de juiste omstandigheden te creëren. En een Albert kan daar bij helpen. Of een Steve, Bill of Mark. Misschien klust er iemand  momenteel wel aan een Teun die allesvernietigend is. Deze systemen kunnen helpen en mediabureaus kunnen daarop innovatie plegen en ze zijn dan ook onderdeel van menig bureau. Het is geautomatiseerde tech. Door de efficiency die dit oplevert kunnen mediabureaus weer specialisten inzetten op zaken die nog niet geautomatiseerd kunnen worden. Strategie, boodschap en creatie. Daar moet Albert nog even op kauwen. Alberts zijn voornamelijk performance gericht. Merk kpi’s zoals merkvoorkeur zijn nog lastig voor Albert te achterhalen. Of zoals Albert Einstein zelf al zei: Alles dat kan worden geteld telt niet noodzakelijkerwijs; alles dat telt kan niet noodzakelijkerwijs worden geteld.

Column Adformatie 3 maart 2017

Passiepunten

bbDe sponsoring industrie is bezig met een kruistocht. De mediabureaus zijn de schuld van alles. Eerst kwam Michel van Grunsven met een column op de proppen om de reclame- en mediabureaus in de schoenen te schuiven dat door hen sponsoring en sportmarketing geïsoleerd opereren. Voor het gemak zag van Grunsven de rol van de adverteerder, als dirigent van eigen budget, maar even totaal over het hoofd. Een voorbeeld hiervan is Feyenoord dat een hoofdsponsor zoekt. Volgens van Grunsven is dat een platform dat vergelijkbaar is met Nu.nl, de STER of de Telegraaf. Dat is inderdaad net zo vergelijkbaar als een appel en drie peren Michel. Bereik opgebouwd in een Feyenoord context zal toch een iets andere lading hebben dan in een Nu.nl omgeving. Maar de sponsoring cowboys gooien gewoon alles op de grote hoop. Of toch niet? Want opeens komt Fox met passiepunten. Nou dacht ik eerst dat het een opvolger was voor de Douwe Egberts waardepunten. Je kan je voorstellen dat Fox met zenders die de 1% marktaandeel vaak niet eens raken, een zware behoefte hebben aan een loyalty programma. Als u zes afleveringen van de Simpsons bekijkt, tien keer Grenzeloos Koken, acht Jupiler League wedstrijden en een Eredivisie wedstrijd, heeft u heeft 100 passiepunten gespaard. In te wisselen voor een Fox bladblazer of electrische deken. Maar nee! Passiepunten zijn een alternatief voor GRP’s. U weet wel, die dingen waar mediabureaus zich blind op staren. Anke Meulendijks van Fox heeft een onderzoeksbureau ingehuurd om merkeffect te meten. Want het is echt van de gekke om op GRP’s af te rekenen mensen. Misschien moet Meulendijks eens even de gordijnen opentrekken. Er is geen zichzelf respecterend mediabureau dat een sponsorship alleen op GRP’s afrekent. Of niet even kijkt naar de passendheid bij het merk of hoe sponsoring de merkdoelstellingen mede kan realiseren. GRP’s als bouwstenen van bereik zijn wél een valuta om mede waarde te bepalen. Een sponsorship moet namelijk wel eerst bereik scoren om effect te sorteren. En dat effect wordt ook bij bureaus en adverteerders gewoon gemeten. Maar goed Anke, zoals Johan Cruijff treffend zei: “Je gaat het pas zien als je het door hebt”.

Column Adformatie 19 januari 2017

Radio

cryDe stukjes van afgelopen week waren voor enkele omroepmensen een reden om even met me te bellen. Maar echt veel wijzer werd ik er niet van. Ze lijken de hevige verandering in de industrie soms nog harder te ontkennen dan Donald Trump zijn golden shower evenement. Vandaag, op vrijdag, luister ik altijd in de auto naar de Mixmarathon op Slam!. Ik hoop op een file of rijd een extra rondje over de A10 om nog even langer van de mixen te genieten. Vrijdag is voor mij van oudsher een magische dag als het om radio gaat. In de jaren 80 startte ik het weekend door naar de piraat Decibel te luisteren in Amsterdam. Maar natuurlijk was er ook de Veronica vrijdag met ’s avonds het legendarische duo Curry & Van Inkel. Zelf zat ik in die tijd op mijn zolderkamer ook illegaal uit te zenden. Als radiopiraat ontvlamde de passie voor media in mij. Er werd door luisteraars gesproken over de  lol die we trapten in de plaatselijke snackbar een paar kilometer verderop. Radio is een leuk medium dat aan veel verandering onderhevig is. In Noorwegen werd deze week besloten om FM af te schaffen ten gunste van DAB+. Ander nieuws kwam van The Media Exchange dat 3,6 miljoen luisteraars online bereikt met de aangesloten zenders en stevig doorgroeit. Zelf publiceerden we deze week een onderzoek waaruit blijkt dat Spotify bereik én effect toevoegt in een radioplan. Bovendien heeft reclame op Spotify meer impact dan op reguliere zenders. Nieuwe spelers als Spotify en Deezer geven de markt voor audio echt een nieuwe impuls. Je zou zeggen dat de radio-industrie daarvoor juichend op de banken staat. Maar nee, in plaats daarvan krijg je een commercieel directeur van een groot radiostation bijna huilend aan de telefoon dat Spotify niet beter kan zijn dan radio. Ook de radiobrancheorganisatie wil er gelijk meer van weten. STER Sales plaatste deze reactie drie maanden geleden onder een Adformatie bericht waarin Spotify zijn bereikcijfers met radiozenders vergeleek: “Interessant, maar een samengestelde playlist op internet is toch geen radio?”. Op mijn Spotify luister ik naar de Slam! 40 en hoor het nummer Fuck It All up.

Column Broadcast Magazine 13 januari 2017

 

Douche

gsHet is de week van de nieuwjaarsborrels. Dinsdag bezocht ik de MWG nieuwjaarsreceptie en vanmiddag is er de jaarlijkse Koffiedikkijken bijeenkomst in het Tropenmuseum. Daar krijgen we weer de voorspellingen voorgeschoteld voor 2017. Niet door een tenenlezer, een helderziende postbode of uit de Enkhuizer Almanak. Wel door een aantal vakgenoten, waaronder mijn collega Marion Koopman die onze vestiging in Eindhoven leidt. Ik voorspel dat de voorspellingen niet zullen gaan over een mogelijke golden shower die Geert Wilders in 2017 zal organiseren in het Kurhaus. Evenmin zal het gaan over een mogelijke flitsscheiding van Peter Jan Rens. Het merendeel van de voorspellingen zal gaan over technologie en hoe dat ons leven verandert. Deze week vindt de CES (Consumer Electronic Show) plaats in Las Vegas. Daar krijgen we een kijkje in de toekomst. Een belangrijk thema is autonoom leven. De Amazon Alexa – waarvan Amazon twee weken geleden aangaf er al miljoenen verkocht te hebben – is een perfecte demonstratie hiervan. Een voice gestuurd apparaat dat je alles kan vragen. Je vraagt het laatste nieuws, bestelt een pizza, vraagt een Spotify lijst af te spelen of om een aflevering van Grand Tour te tonen. Je zegt het licht uit te doen of je koopt iets bij Amazon natuurlijk. Google Home is een gelijksoortig apparaat. Het draait bij deze elektronische huisgenootjes om artificial intelligence (AI). AI en Voice recognition zullen centraal staan in veel voorspellingen. Formatbedenker Mark van Berkel stuurde me gisteren een artikel over de toekomstplannen van de BBC. Wat een verademing om BBC’s Tony Hall gisteren te horen uitspreken dat hij al zijn energie steekt in het fit maken van de BBC voor een nieuwe generatie. Hall heeft heerlijk duidelijke ambities. Hij wil het digitale bereik verdubbelen naar 20 miljoen consumenten per week. En de tijd die er doorgebracht wordt, moet verviervoudigen. En jawel, Hall geeft ook aan dat BBC zijn iplayer grondig gaat renoveren. Artificial Intelligence en Voice recognition zullen worden ingebouwd. Hall wil een onweerstaanbare BBC in een tijdperk van ongelimiteerde keuze. Hij wil verandering accelereren. Hoe fijn zou het zijn als Nederlandse omroepbazen zich ook op deze manier zouden uitlaten? En er naar handelen! Anders staan ze na jaren van zonneschijn straks onder een gouden douche.

Column Broadcast Magazine 12 januari 2017

Boycot

prrHet tumult in de pers rondom Peter Jan Rens leidde gisteren niet tot extra kijkers op RTL5. De kijker bepaalt.  Op Facebook werd mij de volgende vraag gesteld. “Moeten bureaus adverteerders niet adviseren om het programma van Rens te vermijden?”. De vraag is afkomstig van een commercieel directeur van een buitenreclamebedrijf. Ik noem geen namen, maar zijn naam begint met een B en eindigt op art de Vries. Mijn wedervraag was of ik dan ook niet onze klanten moet adviseren om geen reclame meer te maken in abri’s die geplaatst zijn rondom hoerenbuurten. Peter Jan Rens of een hoer, is er een verschil? Het is niet de eerste taak van mediabureaus om moreel kompas te zijn. En om dan namens merken te zeggen waar ze wel en niet moeten adverteren. Dat moeten adverteerders toch echt zelf doen. Nieuws over calamiteiten en rampen uitgezonderd. Commerciële boodschappen laten we dan achterwege. Deze week werd er ook om een boycot door adverteerders gevraagd bij de Telegraaf. Koppen met termen als “Kansloze asielplaag” zijn niet passend zijn volgens bijvoorbeeld de man die overal verstand van heeft, Peter R de Vries. Maar VARA’s Claudia de Breij kon er prima mee leven. Gisteren kreeg ik van een aantal klanten ook een telefoontje om te overleggen hierover. Online worden merken door twitteraars belaagd die dreigen direct met een boycot op kopen van producten die worden geadverteerd in de krant van Wakker Nederland. Adverteerders zijn niet verantwoordelijk voor journalistieke keuzes. Een adverteerder die ergens adverteert kan het niet eens te zijn met elke mening, elke column en elke kop die in een nieuwskanaal verschijnt. Als ze daar aan zouden beginnen, is het einde zoek. Mag Kruidvat dan wel adverteren bij de EO als er een discussie is over Jezus versus een oerknal? En mag Corendon dan wel reclame maken rondom programma’s als Oh Oh Cherso waarin de mannen zo liefkozend over vrouwen spreken met termen als WOKNOK (voor de betekenis, google ‘wat is woknok’). Adverteerders moeten tegenwoordig zeker een mening hebben over maatschappelijke onderwerpen. Maar ze zijn ook vrij om ergens wel of niet te adverteren. De kracht van sociale media geeft lezers en kijkers echter een stem. Als de actie te massaal wordt, trekt de adverteerder zijn conclusie. De consument bepaalt. Niet Youp van ‘t Hek of Peter R. de Vries.

Column Broadcast Magazine 11 januari 2017